Overslaan en naar inhoud gaan

Combinaties van zorgbudget, VAPH-ondersteuning en hulpmiddelen en aanpassingen

In 2018 hadden 99.782 personen een vorm van VAPH-ondersteuning of een zorgbudget.

Personen met een handicap kunnen gebruik maken van verschillende vormen van ondersteuning. Op deze pagina wordt voor iedere ondersteuningsvorm in kaart gebracht hoeveel personen er gebruik van maken op basis van gegevens van 31 december 2018 en 30 juni 2019. Ook wordt een overzicht gegeven van hoe mensen verschillende ondersteuningsvormen combineren.

Ondersteuningsvormen

In het overzicht wordt zowel ondersteuning voor minderjarigen als meerderjarigen weergegeven. Enerzijds komt de laagdrempelige ondersteuning in trap 1 aan bod. Daartoe behoren de rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) en het zorgbudget voor mensen met een handicap. Anderzijds wordt de niet-rechtstreeks toegankelijke hulp in trap 2 in kaart gebracht. Daarbij gaat het om minderjarigen in een multifunctioneel centrum (MFC) of met een persoonlijke-assistentiebudget (PAB), en om meerderjarigen met een persoonsvolgend budget (PVB).

Daarnaast wordt ook het aantal actieve gebruikers van hulpmiddelen en aanpassingen weergegeven (individuele materiële bijstand of IMB). Met 'actieve gebruikers' worden personen bedoeld die een tegemoetkoming voor hulpmiddelen en aanpassingen gekregen hebben in de 10 jaar voor de referentiedatum en die niet overleden zijn voor de referentiedatum.

Tot slot geven we ook mee hoeveel meerderjarigen wachten op een (verhoging van hun) persoonsvolgend budget per prioriteitengroep (PG). Hun vragen worden ingedeeld in één van de drie prioriteitengroepen, waarbij prioriteitengroep 1 de dringendste vragen bevat.

Tabel 1: Evolutie in aantal personen per ondersteuningsvorm
Ondersteuningsvorm 31/12/2018 30/06/2019
Zorgbudget 14.674 16.141
RTH 26.243 27.076
MFC 9.527 8.844
PAB 879 1.008
PVB 24.677 25.030
IMB 46.935 46.944
PG 1 1.257 1.538
PG 2 1.616 2.233
PG 3 12.190 11.812
Totaal (unieke personen) 101.661 102.882

Opmerkingen bij tabel 1:
De cijfers over het aantal MFC-gebruikers zijn een momentopname. Ze geven het aantal MFC-gebruikers op een bepaald moment weer. In andere onderdelen van 'Het VAPH in cijfers' worden soms cijfers over een periode (het aantal cliënten gedurende een jaar) gebruikt.

Het totaal is niet gelijk aan de som van de categorieën, omdat een persoon in meerdere categorieën kan voorkomen.

Uit tabel 1 kunnen we wat de evolutie tussen 31 december 2018 en 30 juni 2019 betreft het volgende afleiden:

Combinaties van ondersteuningsvormen

Sommige ondersteuningsvormen kunnen gecombineerd worden. Niet alle combinaties zijn echter toegestaan.  In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van het aantal mensen per combinatie van ondersteuningsvormen. In het overzicht wordt de ondersteuning in trap 1 gegroepeerd: rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH) en het zorgbudget voor mensen met een handicap. Ook de ondersteuning binnen trap 2 wordt gegroepeerd (zowel voor minderjarigen als meerderjarigen): ondersteuning door een multifunctioneel centrum (MFC), via een persoonlijk assistentie-budget (PAB) of via een persoonsvolgend budget (PVB). Een persoon kan in onderstaande tabel maar in een van de categorieën van combinaties voorkomen. Het totaal is dus gelijk aan de som van de onderdelen.

Tabel 2: Evolutie in ondersteuningscombinaties
Ondersteuningscombinatie 31/12/2018 30/06/2019 Percentage 30/06/2019
Enkel IMB 28.162 28.005 27%
Enkel trap 1 25.313 26.397 26%
Enkel trap 2 19.548 19.322 19%
Trap 2 + IMB 10.376 10.296 10%
Trap 1 + PG 4.838 5.170 5%
Trap 1 + IMB 3.383 3.451 3%
Trap 2 + PG 3.147 3.226 3%
Trap 1 + IMB + PG 2.203 2.458 2%
enkel PG 1.879 1.823 2%
Trap 2 + IMB + PG 1.621 1.659 2%
IMB + PG 1.200 1.075 1%
Totaal 101.661 102.882 100%

Ondersteuning in trap 1 kan niet gecombineerd worden met ondersteuning in trap 2. Andere combinaties zijn wel toegelaten. Uit de tabel blijkt dat mensen in veel gevallen van de combinatiemogelijkheden gebruik maken. Zo wordt bijvoorbeeld ondersteuning in trap 1 of trap 2 gecombineerd met het gebruik van een hulpmiddel of aanpassing om tot een optimale ondersteuning op maat te komen. Daarnaast zien we ook dat mensen die wachten op een persoonsvolgend budget in een prioriteitengroep in afwachting van de terbeschikkingstelling van hun budget vaak gebruik maken van ondersteuning in trap 1 (via RTH en/of een zorgbudget voor mensen met een handicap), eventueel in combinatie met een hulpmiddel en/of aanpassing.

grafische voorstelling van de verschillende ondersteuningsvormen en de combinaties

Grafiek 1: Grafische voorstelling van de verschillende ondersteuningsvormen en de combinaties.

Mensen die wachten op een (verhoging van hun) persoonsvolgend budget (PVB) in een prioriteitengroep, kunnen gebruik maken van andere ondersteuningsvormen in afwachting van de terbeschikkingstelling van hun persoonsvolgend budget. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de gebruikte ondersteuningsvormen door de wachtenden in de prioriteitengroepen.

Tabel 3: Overzicht wachtenden in de prioriteitengroepen: welke VAPH-ondersteuning krijgen ze al?
  PG1 PG2 PG3 PG % PG
Zorgbudget 237 421 3.146 3.764 24%
RTH 170 259 1.384 1.801 12%
Zorgbudget + RTH 333 342 1.445 2.063 13%
MFC of PAB 25 81 171 276 2%
Deel-PVB 560 837 3.262 4.609 30%
Geen van bovenstaande 213 293 2.404 2.898 19%
Totaal 1.538 2.233 11.812 15.411 100%
Tabel 4: Overzicht wachtenden in de prioriteitengroepen: ondersteuningscombinaties opgesplitst naar al of niet gebruik van hulpmiddelen en woonaanpassingen (IMB)
  PG aantal met IMB aantal zonder IMB
Zorgbudget 3.764 1.613 2.151
RTH 1.801 368 1.433
Zorgbudget + RTH 2.063 477 1.586
MFC of PAB 276 108 168
Deel-PVB 4.609 1.551 3.058
Geen van bovenstaande 2.898 1.075 1.823
Totaal 15.411 5.192 10.219

Aan de hand van de gegevens in tabel 3 en 4 stellen we onder andere het volgende vast:

Conclusie

Bijna 100.000 mensen maken gebruik van handicapspecifieke ondersteuning in de vorm van  hulpmiddelen, aanpassingen, een zorgbudget voor mensen met een handicap, rechtstreeks of niet-rechtstreeks toegankelijke hulp.  Een aanzienlijk aandeel van die groep combineert ondersteuningsvormen.